Deze post is de eerste van een reeks artikelen over archiefmigratie. Niet als theoretisch concept, maar vanuit de praktijk: hoe zo’n traject ontstaat, welke keuzes onderweg gemaakt moeten worden en waarom een archiefmigratie zelden “gewoon een technisch project” is.
Veel organisaties komen vroeg of laat op dit punt uit. Applicaties worden uitgefaseerd, nieuwe oplossingen geïntroduceerd en processen veranderen. Wat vaak minder zichtbaar is, is de hoeveelheid historische data die achterblijft — data die nog jarenlang beschikbaar, betrouwbaar en juridisch houdbaar moet blijven. Wegkijken is daarbij geen optie: wet- en regelgeving, maar ook organisatorische verantwoordelijkheid, maken duidelijk dat deze informatie behouden moet blijven.
In dit geval is gekozen voor een gefaseerde archiefmigratie naar een cloud-applicatie. Data uit legacy systemen is opnieuw gestructureerd en toegankelijk gemaakt, zodat dossiers ook zonder de oorspronkelijke applicaties geraadpleegd kunnen worden. Dat proces is niet eenmalig. Ook andere uitgefaseerde systemen en oude datadragers volgen nog. Juist die doorlopende aard maakt archiefmigratie interessant: het is een continu spanningsveld tussen techniek, data, compliance en toekomstbestendigheid.
Naast de technische uitvoering komen in deze reeks ook andere onderwerpen aan bod. Denk aan het bepalen van scope, het omgaan met grote datavolumes, metadata en datakwaliteit, validatie en kwaliteitscontrole, en de lessen die pas zichtbaar worden wanneer een migratie daadwerkelijk in gebruik is. Geen handleiding, maar inzichten uit de praktijk — inclusief de afwegingen en onzekerheden die daarbij horen.
In de volgende post ga ik dieper in op de technische insteek: hoe de migratie is aangepakt, welke keuzes zijn gemaakt en waar de eerste echte uitdagingen zaten.
